Verslagen

Ronde van Vlaanderen april 2010

Hieronder het verslag van de Ronde van Vlaanderen, gereden door Peter Blom, Edward Groot en Johan Koomen.

Het moest er een keer van komen, de tocht der tochten. Zo togen Edward Groot, Johan Koomen en ondergetekende op Goede Vrijdag naar Ninove, start en aankomstplaats van de 150 km, en een dag later van de klassieker.

De weersverwachting drukte enigszins de stemming: veel regen en een harde ZO wind. Geen weer om voor je plezier op de racefiets te stappen. Maar afijn ge wilt het allemaal nog mee maken hé. Johan had de zaken zoals gewoon goed geregeld. Een enveloppe met info, een startnummer welke met ti ribs op het stuur moest worden bevestigd en een stempelkaart voor de bewijsvoering.

’s Avonds om een uur of negen arriveerden we op ons logeeradres en gingen we ons opmaken voor de strijd. Dat betekende in de eerste plaats een stevige bierke drinken met Bernard en Els, echte vrienden van de fiets. Na deze indrinker bezochten wij de stamkroeg 100 m verder. Opnieuw werden we geconfronteerd met de geestelijkheid, naast ons logeeradres stond een heus nonnenklooster, schuin ertegenover een kerk en in de stamkroeg tapten ze Patersbier! Nou die gingen er wel in. Het had weinig gescheeld of we hadden de R v V gemist, de ruimte vol met rokende stamgasten zorgde er voor dat we op tijd in bed terecht kwamen.

Een zwaar wolkendek hing in de vroege ochtend over het ganse Vlaamse landschap. Geen gaatje waarneembaar. Maar het was droog dus alles klaar maken voor vertrek. Op naar de start, maar denk maar niet dat je de enige bent. Er verschenen nog zo’n 19.000 liefhebbers om te vertrekken uit de startplaatsen Ninove en Brugge. We passeerden de start en de tocht kon aanvangen.

Waar begin je eigenlijk aan? De Ronde van Vlaanderen gaat voor het grootse deel door de “Vlaamse Ardennen”. Niet te vergelijken met die in Wallonië. Maar toch pas op hé. In de lus van 150 km zitten alle hellingen (Les côtes) die we kennen van de tv beelden uit de klassieker.

De hellingen zijn op zich niet hoog. Wat ze lastig maakt is dat ze in een korte afstand naar zo’n 60 – 110 m stijgen. Soms is het stijgingspercentage boven de 20%. Daarnaast gaan de laatste honderden meters meestal over de geliefde kasseien. Dit alles maken de klassieker zo geliefd bij het wielervolk, hier moet strijd worden geleverd wil je de eindstreep halen.

Na 10 minuten fietsen kwam dus toch waar we bang voor waren: het begon te regenen. Guur blaast de zuidwester wind de regen vol in ons gezicht, brrrr Maar eenmaal op de route is er geen sprake meer van omkeren. Op weg naar de eerste helling schipperen we door het lint van de duizenden deelnemers. Het is een bonte verzameling, dik dun, lang kort jong en oud. Ook de verscheidenheid in materiaal is groot. Zo zijn er die het aangedurfd hebben op hun nieuwe karretje te stappen terwijl anderen op de mountain bike zijn vertrokken. Je ziet er zelfs die helemaal niet op een racefiets rijden. Stuk voordeliger met het natte weer.

De eerste helling, de Pollarberg, nemen wij met groot gemak. Nog geen kassei te bekennen. We worden nu toch echt wel nat, het water spat ook nog hoog op. Oppassen geblazen. Bij de Berendries begint het spel pas goed, de eerst helling met een kasseienstrook (de Vlamingen spreken ook wel van een rammelstrook). Goed uitkijken bij het omhoog fietsen want ze zijn glad. Hier vallen de eerste slachtoffers, dat wil zeggen, ze kunnen niet fietsend boven komen. Das heel vervelend, zeker als er vlak voor je iemand afstapt, kun je er omheen dn heb je geluk, en anders moet je ook uit de toeclips.

 Johan klimt heel gemakkelijk..

En zo fietsend komen we bij de eerste bevoorrading aan. De Vlamingen hebben ervaring, we rijden een grote fabriekhal binnen. Stempelen en bevoorraden. Bergen bananen, koeken, mueslirepen, wafels en natuurlijk sportdrank. Ook de sanitaire voorzieningen zijn goed geregeld. Niet alleen mooi voor de dames, maar de meeste bewoners aan het parkoers hebben er een hekel aan de halve dag naar wielervolk te moeten kijken die de broeken tot op de knieën laten zakken.

Hieronder de hoogte verschillen tijdens de ronde:

Maar we moeten door, prachtige namen verschijnen op de bewegwijzering. De hellingen Langendries en Berendries, plaatsjes als Zottegem (ja zot waren wij), Herzeke en Grimminge. Na zo’n 90 km te hebben gereden zijn de remblokjes van Johan en mij bijna op. Hoe moet dat nu verder? Een pit stop? Gelukkig begint het minder te regenen, nog sterker, het stopt zelfs. Ja er breekt een flets zonnetje door. Langzaam wordt ook de weg droger. Jammer genoeg ligt er op de kasseien van de Kakelberg een laag vette natte modder. Dat kost menig coureur de overwinning, ze glijden onderuit. Na deze actie, ze zagen er al niet uit, zijn het echte moddermonsters.

Opeens zie ik voor me een paardenstaartje onder een helm vandaan komen. Natuurlijk kan ik het niet laten bij het passeren opzij te kijken. Ze is nog helemaal netjes, haar kleding zit onberispelijk en op haar lippen licht een lach. Nu weet ik waar de term “schoonheid” zich aan ontleent. Bovenaan de Steenberg is een eetcafé. Tijd voor een pauze, welverdiend dachten we zo. Voor de café baas gouden tijden. Het zit er vol met drinkende en etende gevallen. Johan doet het bescheiden, hij laat zich overhalen een delicatessen uit de streek te proeven. Edward pakt het groots aan: een portie spaghetti. De hoeveelheid welke in een soort voertrog voor honden wordt voorgeschoteld wordt hem bijna fataal. Er blijft een dikke bodem achter voor de varkens.

 Edward en Peter moeten uit het zadel...

Zonder regen ziet de wereld er een stuk beter uit. We zijn aardig doorgewarmd en kunnen de wereld weer aan. Op naar de Muur van Gerardsbergen. Bij de 3e bevoorrading nemen we niets meer, de koeken, bananen, ontbijtkoek etc. komen onze neus uit. Johan heeft boven op de muur met een paar Wervershovers afgesproken. 25 km voor het einde moet een bierke toch kunnen had hij aldoor gezegd. Nou wat waren ze blij ons te zien. Willen jullie een lekkere trappist? Wat denk je, Johan past, koffie vind hij ook wel lekker. Nou ja… In ieder geval is het afscheid ontroerend en vliegen we de Kapelmuur op. Zo dat was de meest besproken helling en die hebben we toch maar mooi even fietsend genomen.

Wij ruiken de eindstreep en schakelen er een plaatje bij. In mijn gedachte lig ik voor in de koers, wie houdt mij nog tegen. Dat wordt bijna fataal als we in de afdaling van de Molenberg over de kasseien vliegen. Je rammelt bijna van de ros af. Ook is het oppassen geblazen omdat de weg vol ligt met verloren bidons. Maar allengs naderen wij Meerbeke, de tribunes zijn nog leeg, maar wij wanen ons als helden. Dat duurt maar luttele seconden omdat een wolkbreuk een abrupt einde maakt aan deze dagdromerij. Aan de finish staat een zoon van Johan met een paar vrienden, toch hartverwarmend een paar supporters. En niet onbelangrijk: de deuren van café De Aankomst staan wijd open. Onder het genot van, alweer een triple, kletsen we nog even na. Het was een machtige ervaring, vandaag hebben we de titel Flandriens dubbel en dwars verdiend. En oja, we willen volgend jaar weer.

Peter Blom

© Toerclub Wervershoof 2007–2019 | Design Nico Hoogzaad